Drie maanden nadat we schreven over de rechtszaak van GEMA tegen de AI-muziekgenerator Suno, heeft de rechtbank nu uitspraak gedaan. De Duitse auteursrechtenorganisatie heeft de zaak grotendeels gewonnen, wat een belangrijke ontwikkeling betekent in het debat rond AI en muziekrechten.
De rechtbank oordeelde dat Suno auteursrechtelijk beschermde liedjes had gebruikt om zijn AI-model te trainen en dat delen van die werken in de gegenereerde output konden worden gereproduceerd. De zaak betrof verschillende bekende composities, waaronder „Atemlos durch die Nacht”, „Rasputin”, „Daddy Cool ” en „Mambo No. 5”.
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is het onderscheid tussen een AI-model dat algemene patronen uit muziek leert en een model dat specifieke werken daadwerkelijk onthoudt. Volgens de rechtbank had het model van Suno de nummers niet alleen geanalyseerd, maar ook zodanig opgeslagen dat herkenbare fragmenten opnieuw in de gegenereerde muziek konden voorkomen.
Dat onderscheid bleek van belang te zijn voor het beroep van Suno op de uitzondering voor tekst- en datamining. Hoewel dergelijke uitzonderingen in principe de analyse van auteursrechtelijk beschermd materiaal toestaan, oordeelde de rechtbank dat zij geen betrekking hebben op situaties waarin beschermde werken feitelijk door het model worden gereproduceerd.
De rechtbank verwierp ook het beroep van Suno op het Amerikaanse ‘fair use’-beginsel. In tegenstelling tot in verschillende eerdere AI-zaken waarbij tekst betrokken was, kon de gegenereerde output in dit geval sterk lijken op de oorspronkelijke beschermde werken.
Als gevolg hiervan moet Suno stoppen met het reproduceren en aanbieden van de zes werken die in deze zaak aan de orde zijn. Het bedrijf moet bovendien informatie verstrekken over de omvang van het gebruik en de daarmee gegenereerde inkomsten, en is veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding. Het exacte bedrag moet nog worden vastgesteld, en Suno kan tegen de uitspraak in beroep gaan.
Voor makers en collectieve beheersorganisaties versterkt deze uitspraak het standpunt dat AI-bedrijven niet zomaar gebruik mogen maken van auteursrechtelijk beschermde muziek zonder rekening te houden met licenties en vergoedingen.
Toen we in mei voor het eerst over deze zaak schreven, vroegen we ons af of AI-platforms zonder toestemming van de makers konden blijven voortbouwen op bestaande muziek, of dat ze daar uiteindelijk voor zouden moeten gaan betalen.
Deze uitspraak biedt weliswaar geen antwoord op alle vragen rond AI-training en auteursrecht, maar brengt het debat wel een stuk dichter bij de praktijk van licenties.

